← Table of contents
De zwervers op de grenzen

Note 1 — V. HET ZWARTE-HERT.

Reading edition

„Mijn broeder oordeele,” zeide hij; „zie hier welk nieuws de Blaauwe-Vos mij bragt. Op zekeren dag kwam er een Bleekgezigt van de Lang-Messen uit het Westen aan de oevers der Elands rivier, waar het dorp der Pawnees-Slangen gelegen was. Het Bleekgezigt had een dertigtal krijgslieden bij zich, een aantal vrouwen en groote tooverkisten op rollen, getrokken door roode bisons zonder bulten en zonder manen. Dit Bleekgezigt maakte op twee pijlschoten afstands van mijn dorp, op den anderen oever der rivier halt, ontstak zijne vuren en kampeerde aldaar. Mijn vader, zooals mijn broeder wel weet, was de eerste Sachem van zijn stam; hij steeg te paard en trok door eenige krijgslieden gevolgd de rivier over, den vreemdeling te gemoet, om hem op het jagtveld van ons volk te verwelkomen en hem de ververschingen aan te bieden die hij mogt noodig hebben.”—Dat Bleekgezigt was een man van groote gestalte, met harde, sterksprekende trekken. De sneeuw van vele winters had zijne haren wit gemaakt. Hij lachte om de woorden, die mijn vader sprak en antwoordde hem: „Zijt gij het opperhoofd der Roodhuiden van dit dorp?”—„Ja,” zeide mijn vader. Toen haalde het Bleekgezigt uit zijne kleederen een grooten collier1 te voorschijn, waarop vele vreemde karakters geteekend waren en hield hem mijn vader voor.—„Uw blanke grootvader in de Vereenigde Staten,” zeide hij, „heeft mij al de landen in eigendom afgestaan, gelegen tusschen den Val der Antilopen, en het Bisonsmeer:”—„Zie hier,” vervolgde hij met de hand op den collier kloppende, „het wettig bewijs van mijn regt.”—Mijn vader en de krijgslieden die hij bij zich had, begonnen te lagchen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings