Note 1 — III. NEGER EN BLANKE.
Reading edition
„Quoniam is geen lafaard,” zeide hij, „zoodat hij zou willen ontsnappen terwijl een ander zijn leven voor hem waagt. Ik heb zitten wachten, gereed om mij over te leveren, zoo de veiligheid van den blanken jager ware bedreigd geworden.”1