Note 2 — Dolle kerels, die Franschen!
Reading edition
“Ja, dol!.... uiterst dol!....” herhaalde de pachter. “O, ik ben niet gewoon de pil, die ik te slikken geef, te vergulden. Ik ben een Engelschman van den ouden stempel, mijn waarde heer! Zooals ge mij daar ziet, ben ik veel armer geweest, ja, veel armer dan gij nu zijt. Ik heb zoo wat alle ambachten bij de hand gehad! Ik was scheepsjongen van een koopvaardijschip, buffeljager in Dakota, mijnwerker in Arizona, herder in de Transvaal!.... Ik heb kennis met de hitte, met de kou, en vooral met de vermoeienis gemaakt. De beschuitkorst, die mij gedurende twintig jaren tot middagmaal strekte, verkreeg ik niet dan ten koste van menigen zweetdruppel! Toen ik wijlen mistress Watkins, de moeder van Alice, de dochter van een Boer van Franschen oorsprong2, huwde, toen bezaten wij met ons beiden niet zooveel om eene geit te kunnen onderhouden! Maar ik heb gewerkt!.... Ik heb den moed niet verloren!.... Thans ben ik rijk, en wil ik van mijn arbeid genieten!.... Het is mijn plan om mijne dochter bij mij te houden,—om vooral mijn pootje te verzorgen en om des avonds muziek voor mij te maken, als ik mij verveel!.... Als zij ooit trouwt, dan zal zij hier trouwen met een kerel van het land, die zoo rijk is als zij zelve, die pachter of mijnwerker is, zooals wij het hier allen zijn, en die er niet van reppen zal om elders te gaan leven als een schooier op eene derde verdieping, in een land, waarin ik nooit een voet wensch te zetten. Zij zal bij voorbeeld met James Hilton of met een anderen kerel van gelijken stempel huwen.... De trouwlustigen, die naar hare hand dingen, ontbreken niet, dat verzeker ik u! Ik wensch tot schoonzoon een echten Engelschman, die voor een glas gin niet vervaard is, en die mij onder het genot van een duchtigen slok bij het rooken eener pijp gezelschap zal willen houden!”