Note 1 — Geschiedenis van don Raphaël.
Reading edition
Dit avontuur stelde mij in staat om vroolijk te reizen. Hoewel ik jong was, wist ik mij voorzichtig te gedragen; ik mag wel zeggen, dat ik mijn leeftijd veel vooruit was. Ik besloot een muilezel te koopen en deed dat in het eerste dorp; ook schafte ik mij een valies aan en ik begon mijzelf een man van gewicht te vinden. Den derden dag ontmoette ik een man, die langs den weg liep te zingen. Naar zijn uiterlijk te oordeelen, was het een koorzanger. “Wel mijnheer!” riep ik, “dat gaat best. U schijnt hart van uw vak te hebben.” Hij antwoordde, dat hij koorzanger was. Zoo kwamen wij in gesprek en ik merkte dat ik met een geestige en aangename persoonlijkheid te doen had. Hij was vier- of vijfentwintig jaar oud. Daar hij te voet was, liet ik mijn muilezel stappen, om met hem te kunnen praten. Het gesprek kwam op Toledo. “Ik ken die stad heel goed,” zei de koorzanger mij; “ik ben er lang geweest en had er zelfs vrienden.” “En in welke straat hebt gij in Toledo gewoond?” vroeg ik hem. “In de Nieuwstraat. Ik woonde er met don Vincent de Buena Garra, don Mathias de Cordel1 en twee of drie andere nette heeren. Wij sliepen daar, aten er en brachten den tijd aangenaam door.” Die woorden verbaasden mij, want hij noemde mij de namen van de slimmerts, met wie ik in Toledo had samengewerkt. “Mijnheer de koorzanger,” riep ik uit, “de heeren van wie ge mij de namen noemt, zijn kennissen van mij en ik heb ook met hen in de Nieuwstraat gewoond,” “Dan zijt gij daar geweest, nadat ik ben weggegaan, dat is drie jaar geleden,” merkte hij op. “Eerst kort geleden heb ik hen verlaten,” antwoordde ik, “omdat ik lust kreeg in reizen. Ik wil Spanje doortrekken. Wanneer ik meer ondervinding heb opgedaan, zal ik meer waard zijn,” “Zeker,” stemde hij toe, “om zijn geest te beschaven, moet men reizen. Daarom heb ik ook Toledo verlaten, hoewel het mij er zeer goed beviel. Ik dank den hemel,” vervolgde hij, “dat ik een broeder ontmoet, nu ik er ’t minst op rekende. Laten wij met elkaar reizen en profiteeren van de gelegenheden, welke zich zullen aanbieden, om onze bekwaamheid te toonen,”