← Table of contents
De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht

Note 1 — XI. Olivier Sinclair.

Reading edition

En toch scheen Olivier Sinclair, hoewel hij reeds zes en twintig jaar oud was, nog geen roeping voor het huwelijksleven te gevoelen. Kwam hem het levenspad te nauw voor om dit, elleboog tegen elleboog gesloten, af te wandelen? Voorzeker neen, maar het is meer waarschijnlijk, dat hij er meer van hield de dwars- of zijwegen in te slaan, volgens zijn luim voort te schrijden, een luim die met zijn kunstenaarsziel wel eens grillig kon genoemd worden. Het voorkomen van Olivier Sinclair was echter wel geschikt, om nog meer dan enkel een gevoel van overeenstemming bij de een of andere jonge blonde dochter van Schotland op te wekken. Zijn elegante leest, zijn open gelaat, zijn vrijmoedig uiterlijk, zijn mannelijke wezenstrekken, die van veel wilskracht getuigden, hoewel de oogopslag van zachtmoedigheid sprak, de bevalligheid zijner bewegingen, de voornaamheid zijner manieren, de gemakkelijke en geestige wijze om zich uit te drukken, de ongedwongenheid van zijn gang, de glimlach, die hem om de lippen speelde, dat alles in één woord moest een jeugdig hart tot hem aantrekken. Hij giste al die voordeelen niet, was volstrekt niet verwaand of kwasterig, en dacht er niet aan zijn bestaan aan een ander vast te ketenen. Maar niet alleen dat zijn uiterlijk een zoo gunstige waardeering bij den vrouwelijken Clan van »Auld Reeky”1 ondervond, hij was ook zeer gezien bij de gezellen zijner jeugd, bij zijn medestudenten van de Hoogeschool, en had, volgens de overschoone gaëlische uitdrukking, den naam verworven, van »nimmer den rug naar vriend of vijand toe te keeren.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings