← Table of contents
De wijzen van het Oosten

Note 14 — De Chineesche Philosophie.

Reading edition

Het feit, dat „kleurloos, zonder geluid, onlichamelijk” in het Chineesch luiden: Ji hi wei, heeft Abel de Rémusat en later Victor von Strausz en Edkins op het denkbeeld gebracht dat Lao tsze het eigenlijk over den Hebreeuwschen J. h. v. h.14 had, waarover hem dan op zijn reis naar het westen Israëlieten zouden hebben gesproken, of waarvan hij door naar China gekomen Israëlieten zou hebben gehoord. Stanislaus Julien, Legge en bijna alle andere geleerden, die van China studie maken bestrijden echter deze meening. Terecht: „Jehovah” toch is een verkeerde uitspraak van de vier letters „J. h. v. h.” Jahve is de juiste, en kan daaruit het Chineesche „Ji hi wei” wel ontstaan zijn? Anderen mogen dat beslissen, doch het zou zeer merkwaardig zijn, indien Lao tsze den meest persoonlijken en lichamelijken aller Semietische goden zou hebben verkozen, om daardoor aan te duiden het onlichamelijke, onpersoonlijke Tao. Met dat al weten wij echter nog niet recht, wat Tao eigenlijk is. Toch meen ik dat wij het door uitspraken, zoowel van Lao tsze als van zijne leerlingen genoegzaam kunnen nagaan, iets wat ook voor ons noodig is, zullen wij de grondbeginselen van het Taoïsme verstaan. Laten wij die dan eens met aandacht beschouwen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings