← Table of contents
De Wereld vóór de schepping van den mensch

Note 1 — Het vierde tijdperk van het leven op aarde en de eerste dagen van het tegenwoordige tijdperk.

Reading edition

De quaternaire periode is begonnen met eene algemeene afkoeling, die haar den naam verschaft heeft van de ijsperiode. Op het Scandinavische schiereiland openbaart zich de verlaging in temperatuur door het voorkomen der rotsen, die gegroefd en dikwijls door de oude gletschers tot aan de oppervlakte der zee afgeslepen zijn; ook openbaart zij zich door de erratische blokken (zwerfblokken) van klei, zand en grint vergezeld, die verspreid liggen over den geheelen noordelijken omtrek van het schiereiland, uitgaande van een punt der Scandinavische Alpen, dat in de nabijheid van Stockholm gelegen is, en in midden-Europa begrensd door eene lijn, loopende over Vikaltkoï, Coula, Krakau, Breslau, Leipzig, Hannover, Arnhem en het noorden van Engeland. Al de stoffen, die zoo verspreid liggen, zijn de plaats van de Oost- en Noordzee overgetrokken en zijn van de Scandinavische Alpen afkomstig; zij hebben den naam gekregen van drift. Datzelfde drift vindt men ook in de nieuwe Wereld; doch de werking van het ijs strekt zich daar veel zuidelijker uit, en wordt waargenomen tot op den 39sten breedtegraad in Pennsylvanië, Ohio, Indiana, Illinois en Iowa; hieruit volgt, dat de isothermen1 reeds dezelfde bochten hadden als thans. De ijsstrooken bevatten overblijfselen van weekdieren, die men thans nog alleen terugvindt in de poolstreken. Eerst onlangs (11 Januari 1886) is in de Fransche Academie mededeeling gedaan van het feit, dat men zelfs in dat gedeelte van Afrika, dat onmiddellijk aan den evenaar grenst, (5° noorderbreedte), de sporen der ijsformatie heeft teruggevonden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings