← Table of contents
De Wereld vóór de schepping van den mensch

Note 1 — De Schepping van den Mensch. (continued 2)

Reading edition

Wij zagen vroeger, dat de embryologie leert, dat de mensch en de zoogdieren in den moederschoot alle phasen doorloopen, die bij de ontwikkeling der soorten doorloopen zijn, en dat ieder onzer eenige dagen kruipend dier, viervoetig dier enz. geweest is. Wij zagen tevens, dat de afgestorven organen nog in ons lichaam voorkomen, als getuigen uit het verledene. Langen tijd heeft men er over getwist, of de menschelijke vrucht eenigen tijd eenen staart bezit, met wervels als die der apen en viervoetige dieren. Die vraag is onlangs voor goed opgelost. In de zitting der Académie des Sciences van 8 Juni 1885 heeft de Heer Fol bewezen, dat de menschelijke vrucht van 5½ millimeter, d.i. van 25 dagen, 32 wervels bezit; die van 9 tot 10 millimeters, d.i. van 35 tot 40 dagen, 38 wervels. Het menschelijke geraamte heeft er slechts 24. Die staartaanhangsels blijven slechts kort. Bij vruchten van 12 millimeters, d.i. van zes weken, vergroeien de 38ste, 37ste en 36ste te zamen, terwijl de 35ste niet meer scherp gescheiden is. Eene vrucht van 19 millimeters heeft nog slechts 34 wervels. Hieruit volgt, dat de normale vrucht in de 5de en 6de week harer ontwikkeling eenen staart heeft van kegelvormige gedaante, uit wervels bestaande en van het lichaam gescheiden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings