Note 3 — De Miocene Periode.
Reading edition
Gaudry heeft te Pikermi de overblijfselen bijeengezameld van 25 exemplaren van het geslacht mesopithecus; daaruit kan men zich een denkbeeld vormen van zijn voorkomen en zijne levenswijze (fig. 293 en 294). Zijn gezichtshoek van 57° wijst op eenen aap, die tamelijk ontwikkeld was; zijne tanden toonen aan, dat hij zich niet uitsluitend met vruchten, maar ook met boomknoppen voedde. Uit de gelijkheid van zijne vóór- en achterpooten kan men afleiden, dat hij veeleer liep dan klom; hij leefde in kleine troepen vereenigd. De kennis van de verschillende deelen van het geraamte van den mesopithecus leert ons, dat die aap den overgang vormt tusschen twee thans nog levende soorten, de semnopitheken en de gibbons; daarom heeft men ze ook mesopitheken genoemd3.