Note 12 — De Eocene Periode.
Reading edition
De paleotheriums geleken op de tapirs door hunnen algemeenen bouw, den vorm van hunnen kop en de kortheid der neusbeenderen, waaruit blijkt, dat zij evenals de tapirs eenen kleinen snuit hadden, ook hadden zij zes snijtanden en twee hoektanden in iedere kaak; maar door hunne kiezen, waarvan de bovenste plat en van verhevene halvemaansvormige plooien voorzien waren, en door hunne pooten, die alle vier drie toonen bevatten (bij de tapirs hebben de voorpooten vier toonen) gelijken zij op den rhinoceros12.