Note 691) — IX.
Reading edition
H. V. A. (Mr. A. W. Engelen) Herinneringen, bl. 51 schrijft: „Er was in dien tijd (tusschen 1820/25) door het Cour d'Assises te Groningen eene vrouw, eene nog zeer jeugdige vrouw, tot openbare geeseling veroordeeld. De vrouw, een teer en zwak schepsel—wie kan er tegenwoordig zonder siddering aan denken?—onderging dan op de Groote Markt hare straf, en de talrijke toeschouwers, die bij dusdanige gelegenheid nooit ontbraken, hadden allen duidelijk opgemerkt, dat de ongelukkige, die, hoe misdadig zij ook zijn mocht, toch nog een levendig gevoel van eerbaarheid schijnt bezeten te hebben, machtelooze moeite in het werk stelde om hare door den scherprechter ontbloote borst met hare handen te bedekken.”