Note 686) — IX.
Reading edition
Bij dit onderwerp behoort nog de strafwet van 25 Juni 1814 (Staatsbl. no. 72), aangevuld door de wet van 19 November 1814 (Staatsbl. no. 107) tegen de begunstiging van desertie van het krijgsvolk van den Staat. Het werd uitgevaardigd tegelijk met het generaal pardon voor de deserteurs der landmacht (besluit van 25 Juni 1814, Staatsbl. no. 71). Men denkt aan het gezegde van Moorrees (hierboven bl. 347), wanneer men in den aanhef van dit besluit hoort spreken van „menigvuldige manspersonen, welke in de eerste dagen van de gelukkige omwenteling dienst genomen hebben of ook tot de landmilitie opgeroepen zijnde, veelal door onbedachtzaamheid en losheid hun corps hebben verlaten.”