← Table of contents
De Wedergeboorte van Nederland

Note 672) — IX.

Reading edition

In een onuitgegeven memorie van den beroemden Amsterdamschen advokaat J. D. Meyer, in Sept. 1830 door tusschenkomst van Mr. W. F. Röell aan Koning Willem I medegedeeld en handelende over de Belgische onlusten, wordt van de wet van 1814 gezegd: „Het is buiten bedenking, dat reeds twintig jaren geleden Holland onder een bijna ondragelijken schuldenlast gebukt ging. Het Fransche bestuur had den last door de tiercering verminderd, doch de Hollandsche eerlijkheid droeg die wijze om zich van schulden te ontdoen niet dan met moeite. Na het herstel der onafhankelijkheid wierd de algemeene wensch vereenigd met een financieelen maatregel om zich voor het oogenblik uit den geldelijken nood te redden, en het onzalig denkbeeld van de wet van Juli 1814 belastte het Rijk niet alleen met eene aanzienlijk vermeerderde werkelijke schuld, maar ook nog met den invretenden kanker der uitgestelde schuld, die jaarlijks het bedrag der werkelijke schuld komt vergrooten en de rentebetalingen moeilijker maakt” (Archief van Mr. W. F. Röell).

Return to IX.
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings