← Table of contents
De Wedergeboorte van Nederland

Note 661) — IX.

Reading edition

Wet van 4 October 1805. Het recht was 10% van 't saldo der nalatenschap; vrijgesteld waren de nederdalende lijn, en de ouders voor zoover hun aandeel bij versterf betrof; verminderd werd dit recht eveneens voor het aandeel bij versterf, tot 5% voor grootouders en broeders en zusters, tot 7½% voor bloedverwanten in den derden graad. Volgens de wet van 22 frimaire jaar VII bedroeg het recht in de rechte lijn ¼% van roerende, 1% van onroerende goederen, en in de zijlinie 1¼% van roerende, 5% van onroerende goederen. Daar het recht werd geheven van al het goed, zonder aftrek der schulden, zoo was de verzwaring door de wederinvoering der Hollandsche wet niet zoo groot, als het oppervlakkig zou schijnen.

Return to IX.
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings