Note 449) — VI.
Reading edition
Er bestaan van de bekende „acht artikelen” vier staten. Zij zijn, na het inkomen der brieven van Capellen van 10 en 11 Mei (Ontstaan II, 10 vv.) in alle hoofdpunten ontworpen door den Souvereinen Vorst zelf, in een brief aan van Nagell van 16 Mei (Ontstaan II, 14); vervolgens door van Nagell in den vorm van een diplomatiek stuk gebracht 20 Mei (Ontstaan II, 18). De Souvereine Vorst neemt dit stuk mede naar Parijs, waar Clancarty den inhoud overgiet en tevens beredeneert in een uitvoerige, voor de bondgenooten bestemde memorie, die hij 25 Mei aan de goedkeuring van den Souvereinen Vorst onderwerpt (Ontstaan II, 19), welke hem, in antwoord, 30 Mei de acht artikelen toezendt in hun definitieven vorm, als artikelen die hij gereed is ten uitvoer te leggen wanneer zij bij tractaat zullen zijn bekrachtigd (Ontstaan II, 26). Zij waren, naar 's Vorsten aanwijzingen, door Falck geredigeerd (Falck's Brieven no. 105; Falck's Gedenkschriften, 138 vv.) en zijn, zonder verandering, 21 Juni te Londen door de bondgenooten gearresteerd (Ontstaan II, 32), en vervolgens 21 Juli door hun werkelijken auteur, den Souvereinen Vorst, officieel aangenomen (Ontstaan II, 46).