Note 406) — VI.
Reading edition
Den 4den April 1814, dus kort na de afspraken te Chaumont, had de oudste zoon van den Souvereinen Vorst ten behoeve van zijnen broeder afstand gedaan van zijn recht van erfopvolging in de Nassausche erflanden. Ik herinner dat door den afstand dezer landen aan Pruisen bij de onderhandelingen van het Weener Congres de wensch van den Souvereinen Vorst niet is vervuld en prins Frederik voor de verijdeling zijner hoop schadeloos is gesteld door de hem bij de wet van 25 Mei 1816 (Staatsblad no. 25) toegekende domeingoederen.