Note 308) — V.
Reading edition
Men herinnert zich, dat Hogendorp na de aanneming der Grondwet benoemd werd tot Vicepresident van den Raad van State, een ambt in de Schets onbekend, doch tot de instelling waarvan de Souvereine Vorst bij art. 32 der Grw. de bevoegdheid erlangde. Het was op verlangen van dezen, dat deze bepaling in de Grondwet werd gelascht (Ontstaan I, 371). Was dit eene vergoeding voor het ambt van Raadpensionaris?