Note 236) — IV.
Reading edition
Op de begrooting van 1809 komt voor de Eerediensten voor eene som van ƒ 1,098,440 (Lod. Nap. Gedenkschriften, II, blz. 333). In de door Napoleon na de inlijving bijeengeroepen commissie van eenige Nederlanders wordt de som, in den laatsten tijd voor dit onderwerp jaarlijks besteed, opgegeven te hebben bedragen ƒ 1,127,638, aldus verdeeld: Hervormden ƒ 1,041,788, R.-Katholieken (met Jansenisten) ƒ 76,274, Lutherschen ƒ 9,226, Mennonieten ƒ 350 (Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis van R. Fruin, 2e reeks IX, blz. 109).