Note 257) — IV.
Reading edition
Metelerkamp, 123. D'Ablaing van Giessenburg (De Ridderschappen in het Koningrijk der Nederlanden van 1814–1850, den Haag, 1875, blz. 3) vergist zich dus, als hij beweert, dat de derde stand, die der landeigenaren, tegen den oorspronkelijken zin der Grondwet binnengesmokkeld zou zijn.