Note 250) — IV.
Reading edition
U. Huber, Hedend. Rechtsgeleerdheid, I, c. 4, no. 27–31: no. 29: „In vrije regeeringen wordt zij (de oorzake van den adel) afgenomen uit een langdurige benaminge van het volk, als bij wijze van prescriptie; gelijk bij ons in vele geslachten.”
30. „Wij meenen, dat sulk een slach van adel in een vrij land so goed is, als die in andere landen bij speciale vergunningen wordt verkregen, omdat het volk alhier 't selve recht heeft, dan elders de princen, ende dewijl allerhande gerechtigheden door laps van tijd verkregen worden, is er geen reden, waarom de edeldom in dier voege niet soude konnen verkregen worden.”