Note 90) — 9. DE VROUW EN DE STAAT.
Reading edition
Dergelijk vrouwenstemrecht bestond vroeger in Engeland, Zweden, en andere landen, verg. Handbuch der Frauenbewegung I 226 v. 313. Mausbach, Die Stellung der Frau im Menschheitsleben bl. 71. Volgens Helen Blackburn in haar Record of Woman's Suffrage behoorde de Engelsche vrouw reeds in de Middeleeuwen tot de bevoorrechte vrouwen. De zorg voor de geërfde bezittingen, titels en waardigheden deed na den dood van den leenheer zijne verplichtingen bij gebrek aan mannelijke erfgenamen overgaan op de vrouw, die hem het naaste stond. De zelfstandige Peeres moest in tijd van oorlog den vorst steunen met geld en manschappen; zij liet zich vertegenwoordigen in den raad, kon vrijbrieven verleenen, en had in haar domeinen het recht van justitie. Nog meer invloed en aanzien bezaten de abdissen, die soms zelfs een macht vormden in den Staat. Geboorte en afkomst, niet het geslacht, bepaalden de opvolging, ook in de ambten, waaraan de grootste verantwoordelijkheid verbonden was.