← Table of contents
De vrouw in de hedendaagsche maatschappij

Note 86) — 8. DE VROUW EN HET BEROEP.

Reading edition

Over de vraag, of de Overheid in gemeente of rijk het recht heeft en er goed aan doet, om ambtenaressen in haar dienst bij post, telegrafie, onderwijs te ontslaan, indien zij in het huwelijk treden, loopen de meeningen uiteen. In het buitenland neemt de wetgever een verschillend standpunt in; in Duitschland moeten de vrouwelijke klerken bij den keizerlijken post- en telegraafdienst ongehuwd of weduwe zonder kinderen zijn; in Engeland is het huwelijk alleen geoorloofd aan de directrices en sub-directrices; de Ver. Staten v. Amerika, Frankrijk, België, Noorwegen enz., laten ook gehuwde vrouwen toe; Zwitserland laat gehuwde vrouwen bij den postdienst toe, maar geeft bij den telefoondienst ontslag in geval van huwelijk en bij den telegraafdienst in geval van zwangerschap. Ook hier te lande bestaat er verschil van gevoelen; zelfs handelden Gemeenteraden tegen elkander in. Daarom diende Minister Heemskerk een wetsvoorstel in tot regeling van de positie van vrouwelijke Rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar lager onderwijs, die in het huwelijk treden. Maar dit ontwerp bracht het in de Tweede Kamer niet tot openbare behandeling en werd door Minister Cort van der Linden bij brief van 23 Sept. 1913 ingetrokken. Ook werd een Koninklijk Besluit van 2 Maart 1904, waarbij vrouwelijke ambtenaren bij post en telegrafie ontslagen werden, weder bij K. B. van 23 Oct. 1907 ingetrokken. Anna Polak, Vrouwenarbeid en Rechtsche Politiek, Vragen des Tijds 1912, II, 348–369. Mr. J. A. de Wilde, Het ontslag der ambtenares bij huwelijk. Goes 1910.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings