Note 1 — HOOFDSTUK XVIII.
Gerard Keller translation
„De dervisch,” antwoordde Adonbec, „moet òf een wijze òf een gek zijn; er is geen middelweg voor hem, die de khirkhah1 draagt, des nachts waakt, en des daags vast. Van daar heeft hij òf wijsheid genoeg om zich in de tegenwoordigheid van vorsten bescheiden te gedragen, òf, zoo hij geen verstand bezit, is hij voor zijne daden niet verantwoordelijk.”