← Table of contents
De stille kracht

Note 2 — VIJFDE HOOFDSTUK.

Reading edition

En zij verklaarde het. Haar huisje was haar nagelaten door haar man. Zij was er aan gehecht, hoewel het heel bouwvallig was. Nu, in de regenmoesson, regende het dikwijls in, en dan kon zij niet kooken en kregen de kinderen geen eten. Het laten repareeren, ging moeilijk. Zij kreeg een ringgit2 in de week van de njonja; zestig cent ging al op aan rijst. Dan iederen dag een paar centen visch, klapperolie, sirih, een paar centen brandstof … Neen, het huisje repareeren ging niet. Bij de Kandjeng njonja zoû zij het veel beter hebben, op het erf veel beter. Maar het zoû soesa zijn, een bewoner voor het huisje te vinden omdat het zoo bouwvallig was en de njonja wist, dat geen huis in de kampong mocht leêg staan: daar stond groote boete op … Zij bleef dus maar liever wonen, in haar natte huisje … ’s Nachts kon zij wel blijven waken bij de njonja; haar oudste dochtertje paste dan op de kleintjes.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings