Note 1 — XXXIX. Het groote geneesmiddel.
L. C. (Lodewijk Christiaan) Cnopius translation
—Hoort gij, magtige opperpriester en Sachem, de woorden die de groote Wacondah mij inblaast en op de lippen legt, en verneem wat deze wonderman, hier tegenwoordig, gezegd heeft. De twee eerstvolgende zonnen zijn tertzauh—van kwade beduidenis—maar op den avond van den derden dag, zoodra de mezteli—de maan—haar weldadig licht verspreidt, moet mijn zoon de Sachem Atoyac in den grooten tempel der Zon een vigonia ram brengen, dien de Amantzin van Quiepa-Tani voor dien tijd zal zegenen en dooden in den naam van Teotl1; daarna zal Atoyac de huid van den vigonia nemen en haar uitspreiden op een kleinen berg buiten de stad, om te beletten dat de booze geest, wanneer hij de ligchamen der gevangenen verlaat, zich van een der inwoners in de stad meester maakt. Vervolgens zal hij de gevangenen zelve naar dien heuvel geleiden.