← Table of contents
De spoorzoeker

Note 2 — XXXI. De Tlacateotzin1.

L. C. (Lodewijk Christiaan) Cnopius translation

Het uur is gekomen, zeide hij; mijn blanke broeders eischen van mij de grootste opoffering die men van een Sachem zou kunnen vorderen, namelijk dat hij hun de poorten zal openen van een der laatste bolwerken der Indiaansche Zonnedienst, het voornaamste heiligdom waar de wet van Ilhuicamitl2 den grootsten, den magtigsten, en den ongelukkigsten van al de vorsten, die immer het land van Hanahuca3 beheerschten, nog ongeschonden bewaard wordt. Evenwel, om mijne bleeke broeders te bewijzen, hoe eerlijk en trouw het roode bloed in mijne aderen vloeit, en hoe zuiver en onbewolkt mijn hart is, zal ik voor hen doen wat ik hun beloofd heb.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings