Note 1 — XXIII. De Vliegende-Arend.
L. C. (Lodewijk Christiaan) Cnopius translation
Na de wond van Vrij-Kogel naauwkeurig te hebben bezigtigd, schudde de Indiaan tevreden het hoofd, en maakte hij zich onmiddelijk gereed om het eerste verband te leggen. Met een van obsidiaansteen1 vervaardigd werktuig, zoo scherp als een scheermes, begon hij, geholpen door de Wilde-Roos, rondom de wond het haar weg te scheren; vervolgens grabbelde hij in zijn medicijnen-zak en haalde er een handvol oregano bladeren uit, die hij zorgvuldig fijn wreef en met Spaanschen brandewijn, zoogenaamde refino vermengde. Wij kunnen hier in ’t voorbijgaan aanmerken dat in de geneesmiddelen der Indianen de brandewijn eene voorname rol speelt. Bij dit mengsel deed hij een weinig water en zout, en bereidde alles tot een vrij dikke pap, die hij, na de wond eerst met refino en water te hebben gewasschen, er als een verzachtende pleister oplegde, en met behulp van een abanijo blad vasthechtte.