← Table of contents
De Slavernij

Note 1 — Souther tegen De Republiek—het non plus ultra van menschlievendheid in de wet.

Reading edition

Souther werd beschuldigd en schuldigverklaard aan moord zonder voorbedachten rade, door de omgaande regtbank van Hanover county, in hare zitting van April jl., en werd veroordeeld tot vijf jaren confinement, welk tijdvak door de jury was vastgesteld. De moord bestond in het dooden van een negerslaaf, genaamd Sam, het eigendom van den beschuldigde, door wreed en overdreven geeselen en pijnigen, hem aangedaan door Souther, bijgestaan door twee zijner slaven op den eersten September 1851. De beschuldigde verzocht herziening van zijn vonnis, op grond, dat de misdaad indien zij aanwezig was, niet meer was dan manslag. Het verzoek om de zaak op nieuw in behandeling te brengen werd afgewezen, en de redenen, welke geacht werden een nieuw onderzoek noodig te maken, onvoldoende bevonden. Die redenen waren: Dat de slaaf Sam, die in de acte van beschuldiging genoemd wordt, de slaaf en het eigendom van den beschuldigde was. Dat met het doel den slaaf te straffen voor dronkenschap en den omgang dien hij erkende, met Henry en Stone, twee der getuigen ten laste, hij hem vastbond en kastijdde in tegenwoordigheid van gezegde getuigen; dat hij hem eerst slechts luttel geslagen had met takken van perzik- of appelboomen, maar daarna op de wijze in de acte omschreven, nadat hij gezegde getuigen had doen roepen, die de strafoefening bijwoonden even als verscheidene andere slaven van den beschuldigde; en dat de slaaf in kwestie stierf onder de uitoefening van gezegde straf, in tegenwoordigheid van een zijner slaven en van een der getuigen ten laste. Maar er was geen bewijs dat het oogmerk van den beschuldigde was den slaaf te dooden, tenzij dit oogmerk moest worden afgeleid uit de wijze en den duur der strafoefening. Integendeel was het bewezen, dat de beschuldigde herhaaldelijk verklaard had, terwijl de slaaf de straf onderging, te gelooven dat deze slechts voorgaf te lijden maar inderdaad niet leed. De regter verklaarde daarop dat de slaaf gestraft werd op de wijze als in de acte van beschuldiging werd vermeld. Die acte van beschuldiging bevat vijftien punten en loopt over eene zeer wreede en baldadige geeseling en marteling.1

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings