Note 1 — De verstrooijing der huisgezinnen.
Reading edition
Hij zegt in een werk over de slavernij: „Zoo de taal in staat is een helder en bepaald begrip van iets te geven, weet ik niet hoe zij iets duidelijker of ondubbelzinniger zou kunnen uitdrukken dan in Leviticus XXV geschiedt, welk Hoofdstuk duidelijk en ondubbelzinnig verklaart, dat God-zelf de slavernij of lijfeigenschap heeft goedgekeurd; en dat het „koopen, verkoopen, houden en vererven” van slaven als eigendommen, inrigtingen zijn, die Hij-zelf heeft vastgesteld.”