Note 1 — De invloed der Amerikaansche kerk op de slavernij.
Reading edition
Hij wordt niet meer in verzoeking gebragt om Gods woord van ter zijde in te zien, en te zeggen: „Hebt gij mij gevonden, o mijn vijand,” gekomen om mij mijne slaven te ontrooven, en mij arm te maken, zonder hen te verrijken? In plaats van, zoo als vroeger, het woord van God te beschouwen als met geesels en scorpioenen gewapend om hem in den hemel te zweepen, gevoelt hij dat „zijne wegen wegen van vrolijkheid, en zijne paden vrede zijn.” Thans onderscheidende tusschen het wezenlijke woord van God, en datgene wat blootelijk de leeringen en geboden van menschen zijn, is het raadsel opgelost dat voorheen onoplosbaar geschenen had, namelijk: „De wet des Heeren is volmaakt, bekeerende de ziele.”1