Note 2 — Beschermende wetten.
Reading edition
Onder het drinken van eenige glazen brandewijn en het rooken van cigaren wordt er eene proclamatie in den vorm opgemaakt, die de gevlugte Prue aanmaant terug te keeren, en den Sheriff van de County gelast, zulk eene magt met zich te nemen, als hij noodig oordeelt voor het zoeken en vervolgen der gevlugte, welke proclamatie, tot Prue’s onderrigting, plegtig wordt aangeplakt op de deur van de geregtszaal, en „op zulke andere plaatsen als gezegde regterlijke ambtenaren zullen goedkeuren.”2 Veronderstellen wij nu, dat Prue verhard of blind genoeg is om geen acht te slaan op al die middelen van genade, en zich aan de beschermende schaduw van het dak onzer eerste ouders blijft toevertrouwen. Veronderstellen wij verder, dat de waardige overheidspersoon als eene laatste poging tot bekeering en ten einde haar geene reden tot verschooning te laten, met geheel zijne magt—menschen, paarden, honden en geweren—zich naar de grens der moeras begeeft en daar de barmhartige proclamatie luid afleest. Maar Prue, die het blaffen der honden hoort, te gelijk met de proclamatie van den Sheriff en de kreten van Loker, Marks, Sambo en Quimbo en al zulke wezens, zwart of wit, als een Sheriff in den regel voor zulk eene jagt zal kunnen verzamelen, begeeft zich slechts dieper in de moeras en blijft in hare vlugt volharden. Nu is zij, volgens het besluit der Wetgevende Magt, vogelvrij en, naar de bijna ongeloofelijke woorden van dat besluit, „is nu ieder, wie ook, gemagtigd om haar te dooden op die wijze en door die middelen, die hij geschikt zal achten, zonder dat hij daarvoor vervolgd of gestraft zal worden.” Welke verschrikkelijke, ofschoon maar al te mogelijke tafereelen komen ons voor den geest, wanneer wij die woorden, op zulk eene wijze en door zulke middelen als hij geschikt zal achten, lezen. Zulk eene wijze en zulke middelen als iemand, wie ook, van welk karakter en tot welk een trap van verfijnde barbaarschheid ook geklommen, geschikt zal achten!! Zulk eene toestemming, zelfs om een hond te dooden, op zulk eene wijze en door zulke middelen als maar iemand goedvindt,” mogt nimmer in het wetboek eener christelijke natie te lezen staan; en toch hier staat zij geschreven ten aanzien van een wezen, een deel van dat zelfde menschdom, waaruit en waarvoor Christus geboren werd—een wezen dat, welligt, hoe onbeschaafd en onwetend ook, Hij niet te gering zal achten om als het Zijne te erkennen, wanneer Hij neder zal dalen, bekleed met de heerlijkheid Zijns Vaders, te midden der heilige engelen.