Note 1 — INDIAANSCH MEESTERSTUK.
Reading edition
Deze vragen waren tot den kleine gericht. Hij keek den vreemde eens goed in zijn scherp uitvorschende oogen, die een zeer eigenaardigen indruk op hem maakten, en antwoordde toen half gemelijk, half verlegen: “Gij zijt hier vreemd, en bijgevolg weet gij dat niet; maar men kent ons van den Mississippi af tot voorbij Frisco1 als eerlijke jagers en vallen-opzetters. Wij zijn nu op weg naar het gebergte, om een gezelschap van beverjagers te zoeken, waarbij wij ons hopen aan te sluiten.”