Note 1 — Zeventiende Hoofdstuk.
Reading edition
Doch hij, aan wien die raad gegeven werd, scheen er voor alsnog geen ooren naar te hebben, ’t zij dat hij zijn vijand sparen, ’t zij dat hij zijn goede kans niet in de waagschaal wilde stellen; of wel, omdat hij zijn bedrevenheid in het hanteeren der wapenen door een beslissend feit wilde toonen. Hij werd geen aanvaller; maar bleef het er op toeleggen, om door zijn onverzettelijke bedaardheid den fellen Fries af te matten en van zijn stuk te brengen. Eindelijk, ziende dat Adeelen, hijgende en vermoeid, slechts in den blinde begon toe te slaan, nam hij het geschiktste oogenblik waar, onderschepte zijns vijands bijl met de zijne, zoodat de beide moordtuigen aan elkander haakten: en met snelheid zijn linkerhand naar het midden van den steel brengende, terwijl de rechter den greep neerwaarts drukte, deed hij het wapen van Adeelen uit diens handen en over het slagveld vliegen: een daad van behendigheid, welke een algemeen en uitbundig hoezee1 deed ontstaan.