Note 1 — Negen-en-twintigste Hoofdstuk.
Reading edition
“Een wapeldjepinga!” riepen nu sommigen uit den hoop: “Eilieve! koopman, laat ons eens hooren welk een landsman gij zijt: zeg mij eens na: raed hird reekt rierrene lyre; zonder haperen, hoort gij.”1