Note 1 — Negen-en-twintigste Hoofdstuk.
Reading edition
De Friezen waren gewoon, aan die gevangenen, welke zij voor vreemdelingen aanzagen, deze en soortgelijke spreekwijzen te doen opzeggen. Die dit zonder haperen kon doen, werd voor inboorling gehouden; maar de anderen zonder genade verdronken. Dit heette men wapeldjepinga (waterdooping).