Note 2 — Elfde Hoofdstuk.
Reading edition
De klapmuts had den vorm van een dwars opgezetten bisschopsmijter met de kleppen op zijde: de hénin was een hooge hoed in den vorm van een suikerbrood, van welks punt een sluier afhing: de oordekker was een klein plat mutsje met twee dikke kussens, welke de ooren en de slapen bedekten en met juweelen en goud bedekt waren.—Van deze drie hoofdsieraden heeft het suikerbrood, schoon zeker het onbevalligste, het langst, ja over de twee eeuwen stand gehouden.