Note 1 — Dertigste Hoofdstuk.
Reading edition
“Thans moeten wij alleen om de hiera gladii1 denken,” zeide de kloostervoogd van Lidlum, die een reusachtig man was, aan wiens forsche ledematen het harnas beter zou gepast hebben dan de monnikspij: en meteen stak hij zijn breede hand over tafel toe aan vader Syard, dien hij kende en hoogachtte, en heette hem van harte welkom. Hetzelfde deden ook de overige aldaar gezeten lieden.