Note 1 — Achttiende Hoofdstuk.
Reading edition
“De tijd veroorloofde mij niet, die te vragen,” antwoordde Beaumont: “en al had ik tijd gehad, ik had nog gezwegen, uit vrees, dat u zelven de lust mocht bekropen hebben, een lans te breken. Daarom heb ik ook Aylva’s dienaar, die mij de tijding brengen kwam, terstond weer weggezonden, en in ’t voorbijgaan een wapenrusting bij den Jonker van Teylinger-Bosch1 geleend, die, ofschoon hij ze zelf niet meer gebruiken kan, altijd een kabinetje van wapenen uit al de werelddeelen bewaart.”