← Table of contents
De Roos van Dekama

Note 1 — Acht-en-twintigste Hoofdstuk.

Reading edition

”’t Is mogelijk!” zeide Adeelen, de schouders ophalende: “welnu! ik wil u dan wel melden, dat de Graaf, zoo ik hoor, den tocht naar Friesland uit het hoofd heeft gezet en bij Dordrecht een vloot laat bouwen om Eduard van Engeland tegen Frankrijk te ondersteunen: dat er nimmer schooner gelegenheid ware, een pleiziertocht in Holland te doen, zoo niet iedereen gek was geworden: dat wijders de Vetkoopers en Schieringers vuilaardiger zijn dan ooit; dat de monniken van Bloemkamp met den Proost van Pingjum zijn slaags geweest: dat Lidlum en Luidingakerke overhoop liggen: dat Wybe Reynalda en Seppe Ribalda elkaar hebben bevochten en beiden gesneuveld zijn: dat Helbada’s zoon, Douwe, door Worp Ropta in een hinderlaag gelokt en vermoord is; dat er geene stins in Oostergoo is, waar geen boom op staat1 en dat Utrecht zich liever vandaag dan morgen moet overgeven, indien het zijn redding van ons verwachten moet.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings