Note 131 — ZEVENDE BOEK.
D. (Dionijs) Burger translation
Plato schijnt hier te bedoelen, dat alle betrekkingsbegrippen uit de zinnen alleen slechts gebrekkig gekend worden en eene tegenstrijdigheid bevatten. Wanneer b. v. drie dingen van verschillende grootte gezien worden, dan vertoont zich het middelste kleiner dan het grootste en grooter dan het kleinste, en dus groot en klein te gelijk. Hierdoor wordt het nadenken opgewekt, want onwillekeurig komt daardoor de vraag in ons op: wat is groot? en wat is klein? enz.