Note 166 — TIENDE BOEK.
D. (Dionijs) Burger translation
In de Apologie, Hoofdst. XVII, zegt Socrates tot zijne regters: den dood te vreezen is niets anders dan zich voor wijs te houden, terwijl men het niet is; want het is hetzelfde als te meenen, dat men iets kent, hetwelk men niet kent. Niemand toch kent den dood, en niemand weet, of hij niet misschien het grootste geluk voor een mensch is, maar de meesten zijn er bang voor, alsof zij heel goed wisten, dat hij de grootste ramp is. En dit is toch wel de schandelijkste onwetendheid, als men meent te weten, wat men niet weet.