Note 8 — Tahiti (of Taïti) en Nieuw-Zeeland.
J. Brandt translation
Op het oogenblik dat de boot van wal stak, stapte er een tweede opperhoofd in, die alleen voor zijn pleizier de kreek eens op en neer wilde varen. Nooit zag ik een terugstootender en woester uitdrukking dan op het gezicht van dezen man. Onmiddellijk trof het mij, dat ik ergens zijn evenbeeld gezien had, en eindelijk herinnerde ik mij dat dit was op een der teekeningen van Retzsch bij Schiller’s ballade “Fridolin”, waar twee mannen Robert in het brandende open fornuis duwen.8 Het woeste opperhoofd geleek op den man, die zijn arm op Robert’s borst legt. De gelaatsuitdrukking sprak hier waarheid: dit opperhoofd was een bekend moordenaar geweest, en was een berucht lafaard bovendien. Op het punt, waar de boot landde, vergezelde Bushby mij een kort eind den weg op. Ik kon toen niet nalaten de koele onbeschaamdheid te bewonderen, waarmede de oude grijze booswicht, die in de boot bleef liggen, Bushby naschreeuwde: