Note 10 — Tahiti (of Taïti) en Nieuw-Zeeland.
J. Brandt translation
Ook Dámmara australis genoemd. Hij behoort tot de Coniferae en groeit ook op de Philippijnen, waar hij onder den naam van Dámmara-den of Fakkelboom bekend is. Hij levert de bekende dámmara-hars (resina dammarae), evenals de planten dámmara en xylopia op de Molukken. Deze boom, die in vele gevallen 40–50 meter hoog wordt, heeft voor zijne ontwikkeling eene vochtige zeelucht en een drogen kleibodem noodig, en groeit alleen op het noordwestelijk deel van het noordelijkste der twee groote eilanden, waaruit N.-Zeeland bestaat. Zijn hout komt nog het meest overeen met dat van den witten of zilverden in West-Europa, en is zoo duurzaam, dat stammen (veel gebruikt voor masten, mijnstutten, spoorliggers, enz.) die 50 jaren in de aarde hadden gestaan, niets geleden hadden. De kauri-pijnboom is voor het oerwoud in de noordelijke warmere streken van N.-Zeeland, wat de mammoeth-boom is in Californië, en de ceder van den Libanon in Voor-Azië. Dámmara komt van het Hindostansche woord dâmar, dat “hars” beteekent.
(Vert.)