← Table of contents
De Reis om de Wereld

Note 10 — Noord-Chili en Peru.

J. Brandt translation

Ik heb overtuigende bewijzen, dat dit deel van het vasteland van Zuid-Amerika sedert het tijdvak der levende schelpdieren, bij de kust minstens 400 tot 500 voet, en in sommige gedeelten 1000 tot 1300 voet gerezen is; dieper landwaarts in is de rijzing mogelijk nog grooter geweest. Daar het buitengewoon dorre karakter van het klimaat blijkbaar een gevolg is van de hoogte der Cordilleras, kunnen wij er bijna zeker van zijn, dat de dampkring vóór de laatste rijzing niet zoo geheel van vocht beroofd was, als nu het geval is; en daar de rijzing trapswijze is geschied, zou ook het klimaat aldus veranderd zijn. Volgens deze meening—eene klimaatverandering sedert de gebouwen bewoond werden—moeten de ruïnen een zeer hoogen ouderdom hebben. Dat zij zoo lang bewaard konden blijven, acht ik onder het klimaat van Chili niet zoo moeilijk. Volgens dit begrip moeten wij ook aannemen (en dit is wellicht moeilijker), dat de mensch sinds een onmetelijk langen tijd Zuid-Amerika bewoond heeft, daar eene klimaatverandering ten gevolge van de landrijzing een uiterst langzaam verloop moet hebben gehad. Te Valparaiso is de rijzing in de laatste 220 jaren iets minder dan 19 voet geweest; te Lima is eene zeekust gedurende de Indiaansche periode van het Quartaire of Anthropozoïsche Tijdvak van 80 tot 90 voet gerezen; maar zulke kleine wijzigingen konden weinig bij machte zijn de vocht-aanbrengende luchtstroomen van richting te doen veranderen. Inmiddels heeft Dr. Lund in de holen van Brazilië menschengeraamten ontdekt, waarvan het uiterlijk hem tot de meening bracht, dat het Indiaansche ras sedert een lang tijdsverloop in Zuid-Amerika bestaan heeft.10

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings