Note 35 — De Straat van Magelhaen.—Het klimaat der zuidelijke kusten.
J. Brandt translation
In de vorige uitgaaf en het Aanhangsel heb ik eenige feiten genoemd betreffende het vervoer van zwerfblokken en ijsbergen in de Zuidelijke IJszee. Onlangs is dit onderwerp uitstekend behandeld geworden door Hayes in Boston Journal (deel IV, blz. 426). De schrijver schijnt onbekend met een door mij in Geographical Journal (deel IX, blz. 528) vermeld geval van een reusachtigen rolsteen, die in een ijsberg begraven was, welke bijna zeker honderd mijlen en misschien veel verder van land af was. In het Aanhangsel heb ik uitvoerig gesproken over het feit (waaraan destijds bijna niet gedacht werd), dat ijsbergen bij hunne stranding waarschijnlijk de rotsen groeven en polijsten, evenals gletschers. Deze meening wordt nu zeer algemeen gedeeld; en nog altijd kan ik het vermoeden niet ontveinzen, dat zij zelfs op gevallen als dat van het Jura-gebergte toepasselijk is. Dr. Richardson heeft mij verzekerd, dat de ijsbergen in de nabijheid van Noord-Amerika kiezelsteenen en zand voor zich uitdrijven, en de onderzeesche rotsachtige zandbanken geheel kaal achterlaten. Het valt bijna niet te betwijfelen, dat zulke klippen gepolijst en gegroefd moeten worden in de richting van het stelsel der heerschende stroomen. Sedert ik dit Aanhangsel schreef, heb ik in Noord-Wallis (London Phil. Mag. deel XXI blz. 180) de nevenwerking van gletschers en drijvende ijsbergen gezien.