Note 11 — Chiloë en de Chonos-Eilanden.
J. Brandt translation
Deze zuidelijke zeeën worden door verscheidene soorten van Zwaluw-Stormvogels of Sint-Pietersvogels bezocht. De grootste soort, Procellaria gigantea, of nelly (quebrantahuesos of beenderenbreker der Spanjaarden)11 is een algemeen voorkomende vogel, zoowel in de binnenkanalen als in volle zee. In zijne gewoonten en wijze van vliegen, bezit hij eene zeer nauwe overeenkomst met den Albatros (Diomedea). Evenals met den laatsten het geval is, kan men hem uren lang gadeslaan, zonder te bespeuren waarmede hij zich voedt. De beenderenbreker is echter een roofvogel; en dit wordt bevestigd door eenige officieren, die hem bij Port San Antonio op een Duiker (Colymbus) zagen jagen, welke al duikend en vliegend poogde te ontsnappen, maar telkens omlaag geworpen en eindelijk door een slag op het hoofd gedood werd. Bij Port San Julian zag men dezen grooten Sint-Pietersvogel jonge zeemeeuwen dooden en verslinden. Eene tweede soort, Puffinus cinereus, die in Europa, bij Kaap Hoorn en aan de kust van Peru voorkomt, heeft eene veel geringere grootte dan Procellaria gigantea, maar, evenals deze, eene groezelig zwarte kleur. Meestal bezoekt hij in zeer talrijke zwermen de landwaarts in gelegen zeeëngten. Ik geloof niet, dat ik ooit zoovele vogels van eenerlei soort bijeen heb gezien, als op zekeren dag achter het eiland Chiloë. Honderdduizenden vlogen in eene onregelmatige lijn uren lang in dezelfde richting. Wanneer een deel van den zwerm op het water neerstreek, zag de oppervlakte zwart, en hoorde men een gonzend geluid als van eene woelige menschenmenigte in de verte.