Note 14 — Chiloë en Concepcion. Eene hevige aardbeving.
J. Brandt translation
Dat groote bergketens, en bergen in ’t algemeen, op de door Darwin omschrevene wijze ontstaan zouden zijn, vindt heden geen geloof meer. Ook niet de vroeger zoozeer bekende theorie van Hutton, Playfair, A. von Humboldt, E. de Beaumont en L. von Buch, volgens welke de bergen waren ontstaan door drukkrachten, die in radiale richting van onderen naar boven werkten, en die de uitbarsting van eruptieve gesteenten voor de oorzaak hield van de opheffing en plooiïng der aardlagen tot bergen. Aan de nieuwere onderzoekingen van Favre, Dana, Baltzer, maar vooral van E. Suess en A. Heim14 is het te danken, dat men eene juistere en meer natuurlijke voorstelling van het proces der bergvorming bezit. Volgens die theorie verdeelt men de bergen in: 1o. Erosie-gebergten, die door de knagende of wegvretende werking van stroomend water op een oorspronkelijk tafelland gevormd werden; 2o. Vulkanische gebergten, ontstaan door gloeiend vloeibaar gesteente, dat door eene spleet of opening (in ruimeren zin: eene reeks van zulke openingen) uit het binnenste der aarde drong, zich aan de randen der spleet ophoopte en afkoelde; 3o. Tektonische gebergten, waartoe de meest voorkomende en reusachtigste bergen en bergreeksen behooren. Daaronder verstaat men zulke, die gevormd werden door bewegingen der aardkorst zelve (benedenwaartsche en samenschuivende), ten gevolge van de afkoeling en daarmede in verband staande contractie en verkleining onzer planeet.