← Table of contents
De Reis om de Wereld

Note 13 — Australië.

J. Brandt translation

Alle inboorlingen zijn overgebracht naar een eiland in de Bass-Straat, zoodat Van Diemensland het groote voordeel geniet van geen inlandsche bevolking te bezitten. Deze uiterst wreede stap schijnt geheel onvermijdelijk geweest te zijn, en het eenige middel om een einde te maken aan een ontzettend aantal plunderingen, brandstichtingen en moorden, door de inboorlingen gepleegd en die vroeg of laat hunne geheele uitroeiing ten gevolge zouden hebben gehad. Ik vrees, dat deze reeks van euveldaden en hare gevolgen ongetwijfeld hare oorzaak vond in het schandelijke gedrag van enkele mijner landgenooten.13 Dertig jaren is een kort tijdbestek om den laatsten inboorling uit zijn vaderland te verdrijven, een eiland bijna zoo groot als Ierland.14 De briefwisseling, welke daarover tusschen de regeering in het moederland en die van Tasmanië gevoerd werd, is zeer belangwekkend. Hoewel in de schermutselingen, die vele jaren lang bij tusschenpoozen plaats hadden, tal van inboorlingen neergeschoten of gevangen genomen waren, schijnt niets hen zoozeer van onze overweldigende macht overtuigd te hebben, als toen in 1830 het geheele eiland onder de krijgswet werd gesteld en alle bewoners bij proclamatie bevel kregen om den geheelen stam in een enkelen grooten aanval te overmeesteren. Het ontworpen plan geleek ongeveer op dat der groote drijfjachten in Indië; er werd een cordon dwars over het eiland getrokken met het doel de inlanders op Tasman’s schiereiland in een cul-de-sac te drijven. De poging mislukte; de inboorlingen bonden hunne honden vast, en slopen in een enkelen nacht door de linie, met uitzondering van één knaap, die gevat werd. Dit is verre van verwonderlijk, zoo men let op hunne geoefende zintuigen en hunne gewoonte om achter de wilde dieren aan te kruipen. Men heeft mij verzekerd, dat zij de kunst verstaan zich op een bijna kalen grond te verbergen op eene wijze, die haast ongelooflijk is als men het niet gezien heeft, en waarbij hunne zwarte lichamen gemakkelijk worden aangezien voor de zwarte boomstompen, die over het geheele land verspreid zijn. Men vertelde mij van eene weddenschap tusschen eenige Engelschen en een inboorling, die voor ieder zichtbaar op de kale helling van een heuvel ging staan. Indien de Engelschen nog geen minuut lang de oogen sloten, zou hij op de hurken gaan zitten, en dan zouden zij hem nooit van de omringende boomstompen kunnen onderscheiden. Doch keeren wij tot onze drijfjacht terug. Toen de inlanders deze manier van oorlogvoeren begrepen, werden zij zeer ongerust, want zij ontdekten nu ook de macht en het aantal der blanken. Kort daarna verscheen een troep van 13 personen, tot twee verschillende stammen behoorende, die hunne weerloosheid beseffende, zich in wanhoop overgaven. Later werd door de onvermoeide pogingen van G. A. Robinson, architect te Hobart, die onbevreesd de meest verbitterde inboorlingen in hunne schuilhoeken opzocht, de geheele zwarte bevolking overgehaald om hetzelfde te doen. Zij werden toen naar een eiland gebracht,15 waar men hen van voedsel en kleeren voorzag. Graaf Strzelecki verhaalt in zijne “Physical Description of New South Wales and Van Diemen’s Land,” blz. 354, dat “op het tijdstip van hun vervoer in 1835, het getal inboorlingen 210 bedroeg. In 1842, dus zeven jaren later, telden zij slechts 54 personen; en terwijl elk gezin in het binnenland van Nieuw Zuid-Wallis, waar de inboorlingen niet besmet worden door aanraking met blanken, rijk aan kinderen is, was dit getal op Flinders-Eiland in acht jaren tijds met slechts veertien vermeerderd!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings