Note 9 — Australië.
J. Brandt translation
In weerwil van onze schrale vangst hadden wij een aangenamen rit. Het boschland is meestal zoo open, dat iemand te paard er door heen kan galoppeeren. Dwars door het boschland loopen enkele vlakke groene dalen zonder boomen; en op zulke plekken was het landschap even vriendelijk als in een park. In de geheele streek zag ik bijna geen enkele plek, welke niet de sporen droeg van een vuur. Of deze sporen van vroeger of later dagteekenden; of de overblijfsels van het verbrande hout meer of minder zwart waren—die vragen brachten de grootste afwisseling in de eentonigheid, welke het oog van den reizenden zoozeer vermoeit. In deze bosschen zijn niet veel vogels; maar ik zag eenige groote zwermen kaketoes in een korenveld grazen, en enkele zeer prachtige papegaaien; kraaien, zooals onze kerkkraaien, waren niet zeldzaam, en eindelijk zag ik nog een anderen vogel, die eenigszins op een ekster geleek. In de avondschemering deed ik eene wandeling langs eene reeks van vijvers, die in dit droge land de plaats van rivier innemen, en had het geluk verscheidene individuën van het vermaarde Snaveldier (Ornithorhynchus paradoxus) te zien.9 Zij doken en speelden bij de oppervlakte van het water, maar lieten zoo weinig van hun lichaam zien, dat men hen gemakkelijk voor waterratten had kunnen houden. De heer Browne schoot er een, en ik zag toen, dat het werkelijk een zeer buitengewoon dier is; een opgezet exemplaar geeft volstrekt geen goed denkbeeld van het voorkomen van het hoofd en den bek van een levend individu, omdat de laatste hard wordt en krimpt.10