← Table of contents
De Prins en Johan de Witt

Note 3 — Waaruit blijkt, dat het hier niet altijd voor den wind ging.

Reading edition

Wij willen dan eens den Nieuwen Doelen binnentreden en ons naar dezelfde zaal begeven, die wij in een vroeger werkje3 reeds eenmaal zijn ingetreden. Het is de 24ste November van het jaar 1665, de tweede dag van den ditmaal gevierd wordenden maaltijd. Het is dit jaar een luisterrijk festijn; veel kostbaarder dan gewoonlijk. En geen wonder; want een paar hooggeplaatste personages, ook leden der buurt, zullen de maaltijden bijwonen: Prins Willem Hendrik en de Raadpensionaris Johan de Witt met zijne echtgenoote Wendela, de dochter van den Amsterdamschen burgemeester Bicker. De Witt heeft dan ook, in plaats van de ƒ 15.60 die hij als lid der buurt moest betalen, niet minder dan 19 Dukatons (ƒ 59,85) gegeven: terwijl de Prins, behalve een nog veel aanzienlijker gift, door zijn kok verscheidene schotels heeft laten gereedmaken, welke hij naar den Doelen heeft gezonden. “Door zijn kok?” hoor ik u vragen. Welzeker, de vijftienjarige knaap houdt er reeds een heele hofhouding op na. Behalve zijn goeverneur Zuijlestein, zijn schrijver en Raad Wildertz, zijn kamerdienaar Karel Pietersz en de andere bedienden, bekleedt de Heer van Heenvliet bij hem den post van opperstalmeester, Boreel dien van hofmeester, Bromley, een Engelschman, en Buat, die vroeger reeds als page bij zijn doorluchtigen vader Willem II in dienst is geweest, die van edellieden van zijn huis. De baron Van Freisheim is sedert den 27sten April als vendrig in dienst van den Staat. Hoeveel de Prins steeds van dezen hield, getuigen nog zijne aan den jongen baron gerichte brieven, waarin zijne Hoogheid den lossen Freisheim menige vriendelijke vermaning geeft.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings